 De groep ging terug naar de lage zaal waar de stenen banken rechtstreeks uit de grond waren opgetrokken – met stone shape, volgens de kenners. In de wanden waren reliëfs gekerfd van drieogige monsters die fey verslonden, hun kaken wijd open. Ook deze zijn met stone shape gemaakt. Voor de banken stond een eenvoudig houten lessenaar, oud en splinterig. Ruach liep door richting de paddenstoelen maar Andre wilde eerst genezing. Roderick ging aan de slag met de wand terwijl Ollie (Muis) zich aan Ruach zijn schouder vastklemde. Zodra Roderick klaar was met Andre, hielp hij ook Ollie en Bruce. Ollie piepte ongeduldig dat Ruach vooral niet door de kamer met sporen moest lopen. Zijn stem klonk scherp in de stille ruimte.
Bij de ruimte met de schimmels en paddenstoelen bekeek Ruach de vloer en de wanden aandachtig. Hij herkende dat sommige sporen gevaarlijk waren om in te ademen, andere juist bij aanraking. Ollie werd ongeduldig, glipte van Ruach zijn schouder en liep een stukje terug. Met zijn nagels kraste hij woorden in de stoffige grond, “yellow mold”, en daaronder “fire”.
Ruach knikte en hief zijn hand. Hij riep een laatste bliksemslag op en liet de call lightning neerkomen op de paddenstoelen. De inslagen veroorzaakten korte, doffe explosies. Stof en sporen dwarrelden op en bleven even in de lucht hangen. Daarna wierp Ruach een produce flame aan het begin van de schimmelgroei. De gele korst vatte vlam. Kleine stofwolkjes lichtten op en verbrandden meteen. Hij herhaalde het ritueel, zeven keer in totaal, totdat de hele besmette zone was uitgebrand. De lucht werd schoner, de vloer zwartgeblakerd en vol troep.
Toen het veilig leek, ging Andre voorop. Hij keek de eerste gang rechts in, die naar een ronde ruimte leidde waar een stenen constructie stond die op een iglo leek. Water sijpelde langs de wanden van de ruimte naar beneden. In de muren waren afbeeldingen te zien van jakhalzen waar planten uit groeiden, alsof wortels door hun schedels braken. De vormen waren strak en onnatuurlijk, duidelijk gevormd met stone shape.
Samen met Ruach verkende Andre de ruimte. De stenen iglo bleek een magische constructie, een tiny hut, die de kleuren aannam van de stenen in de buurt. In de iglo vonden ze een klein tafeltje, een bedroll, wat lakens en meerdere boeken, onder andere gebedenboekjes. Eén boek viel op - twee platen boomschors verstevigd met hars en daartussen perkament, samengehouden met leren riemen. Ruach nam alle boeken mee en bracht ze naar Mea.
De meeste bleken dagboeken en gebedenboekjes te zijn. Mea sloeg het meest recente dagboek open en begon te lezen.
De schrijver beschreef hoe de zegen van de Moeder zich over het land verspreidde. Hij jubelde over de bloem van Lamashtu en over de kracht die rechtstreeks voortkwam uit corruptie via een scheur tussen de planes. Er was een opening richting de Abyss in een gebied dichtbij de First World van de fey - een perfecte voedingsbodem om het gebied om te vormen tot een geboortegrond voor nieuwe monsters. Hij schreef dat Lamashtu (de Moeder) een monster naar de grotten had geleid “een zeer ongewone chimera die mijn Godin geschikt achtte te verschaffen” en dat het al jaren zijn kracht “rechtstreeks uit de corruptie in het litteken van de Breuk putte”, waardoor de magische energie van de plek effectief werd overgedragen op het wezen zelf.”
Hij zag het als een cadeau dat op hem wachtte. Hij schreef dat dit wezen hem als meester zag en alles deed wat hij vroeg, zolang hij in de taal van de Moeder sprak, maar ook dat het wezen weinig aandacht meer had behalve voor geweld. Dit wezen was nu de host van de Bloem van Lamashtu “de Bloem verlevendigd in het lichaam van het chimera” en zolang het leefde zou de vloek over Amborr groeien.
Verderop in het boek stond dat hij plannen had om de host te verplaatsen, zodat de zegen (vloek) zich door de rest van de Stolen Lands kon verspreiden. Meer naar het begin beschreef hij een grot en een visioen waarin de Moeder hem had opgedragen de Bloem op te roepen. Hij had voor meerdere rituelen gezorgd, verspreid over het gebied - zeven groepen waren eropuit gestuurd om het ritueel uit te voeren. Ten noorden van Greenhaven. Ten zuiden ervan. In het bos. Bij een splitsing van de rivier. Ze moesten zelf mooie plekken uitzoeken, ver uit elkaar maar allemaal binnen 50 mijl van Greenhaven.
****************************
De tweede gang leidde naar een koelere ruimte met een cirkel van uitgedroogd bloed op de vloer, waarbinnen twee voetafdrukken zichtbaar waren van… hout? Het leek vooral op twee bomen afgehakt op grondhoogte – waarschijnlijk was dat boombeest hier opgeroepen. Aan het einde van de gang, na een bocht naar rechts, stond een muur, bedekt met een dun laagje ijs. Plots stak een hand door het steen, gevolgd door de rest van een gnomisch spook. Hij zweefde half uit de muur, een arm omhoog en de ander… had hij niet.
“Jullie zijn geen dienaren van de Jakhalin, dat voel ik. Help mij… jullie moeten helpen… de scheur ademt nog. Snijd de ziekte eruit. De wond… voedt zich met de bloem die hier is geplant. Verdelg de bloem van Lamashtu, en de scheur sluit zichzelf. Ik heb geprobeerd… ik dacht dat ik het kon… maar het ritueel brak… brak mij.”
Er volgde een gesprek waarin de gnoom zichzelf voorstelde als Jin Durwhimmer, een druïde, en sprak over een scheur naar de First World dat ‘leefde’ en over een Bloem die gevoed werd. Hij kon het aanvoelen – het klopte als een hart en werd steeds sterker.
Hij kwam afgelopen winter naar deze grotten toen een commune with nature de aanwezigheid van een scheur naar de Eerste Wereld onthulde. Hij legde uit dat zulke scheuren meestal na een jaar of twee vanzelf dichtgaan, ‘genezen’ door de First World zelf, die de scheuren niet lang tolereert. In dit geval was de scheur verdorven. In zijn commune was hij te weten gekomen dat een tovenaar ooit had geprobeerd de energieën van deze scheur op het Abyss te richten. Dit was mislukt en had de scheur ‘geïnfecteerd” zodat het niet meer vanzelf kon sluiten – het zit hier dus al jaren te etteren. In de grotten leefde ook een chimera, aangetrokken door de nare energieën, en het leefde vooral van de corruptie en ging niet meer jagen.
Toen Jin het grottenstelsel verkende koos hij deze grot als de plek om te proberen de scheur te genezen. Dat mislukte en in de explosie raakte hij zijn arm, en zijn leven, kwijt. Gekweld door zijn mislukking herrees hij na zijn dood als een geest. Hij kon zijn druïdische krachten ook niet meer gebruiken.
Een maand of drie geleden kwam de half-orc cultist van Lamashtu, Darivan, aan met zijn sekte. Hij vocht tegen Jin toen hij de geest voor het eerst tegenkwam, maar Jin kwam steeds terug. Darivan besloot uiteindelijk de grot magisch dicht te metselen, waardoor Jin alleen moest lijden in zijn ondode bestaan – ver genoeg weg om de sekte niet rechtstreeks te kunnen beïnvloeden, maar dichtbij genoeg om hun corruptie van de scheur naar de Eerste Wereld te voelen. |