Inhoud Storybook
+ Hoofdstuk 7
+ Hoofdstuk 6
+ Hoofdstuk 5
+ Hoofdstuk 4
- Hoofdstuk 3
  Koers
  Chult
3.1Voorbereidingen
3.2Trossen Los!
  De Boot
3.3Haaienvoer!
3.4Wrede Verstekeling
3.5Aerial Action
3.6Wyverns & Ooze, bah!
3.7Pirates & Pregnancy?
3.8Het komt...
3.9Kraken=Pussy!
3.10Tamoachan dracolisk
  Dracolisk
  origineel plaatje
3.11Vervelend Varrangoin
3.12Urol? Oerol!
3.13Storm en Zeewier
3.14Zeewieraanval!
3.15Het zwart hart
  Sargasso - kaart
3.16The Mother Of All
3.17Victory!
  Loot en stats
+ Hoofdstuk 2
+ Hoofdstuk 1
 
Login
Loginnaam
Wachtwoord
 
 
Registratie
Wil je ook zelf nieuws-berichten, sage advice tips, forum berichten en nog veel meer kunnen achterlaten op deze site? Vraag dan hier een useraccount aan.
Registratie
HOMEPAGE | SAVAGE TIDE ADVENTURE PATH | HOOFDSTUK 3: THE SEA WYVERN'S WAKE
Tentakels, tanden en lootTentakels, tanden en lootGespeeld bij/in St. Anna op 22 jan 2009
(reacties)

Templeton staat niet lang alleen. Twee halflings rennen het ruim in en staan achter hem, Sheler rechts en Timothy links. Timothy lijkt alsof hij een offensieve spreuk gaat gebruiken, maar hij kan niet wegkijken van het bloed op het zeewier om Templeton heen. Hij begint een gebed en fronst, “Dat geluid! Het gemekker! Het zit in mijn hoofd!” Hij houdt zijn gezicht in zijn handen, laat zijn schouders zakken en ademt hard uit. Gefocust oppert hij een kort gebedje dat een deel van de schade hertelt bij de Genasi. Sheler schat het toestand van haar vriend in en maakt haar beslissing. Ze roept tegen de Moeder, “Gruwel! Je bent een gevaar voor alle reizigers en je verdient geen plaats op de open zee!” Ze concentreert door het lawaai en opent haar aanval met splinterbolts, kleine stukjes hout die vliegen op de Moeder af en veranderen en route in grote speren. De bolts schieten grote gaten in de Moeder en exploderen tegen de schot achter haar. Ze hervormt gelijk en lijkt weer ongedeerd. Bohairic is ook bezig, ook al vindt hij het geluid uiterst vervelend. Het verschrikkelijk gejank van de Vine Horror foetussen doorboort zijn hoofd als een spijker en het kost al zijn concentratievermogen om de krachten goed te visualiseren voordat hij ze manipuleert. Zijn eerste spreuk gaat goed, en voor hem gaat de wereld een stukje langzamer. Voor de anderen versnellen zijn bewegingen en zijn woorden, en vier gloeiende pijlen energie schieten uit zijn uitgereikte rechterhand. Drie slaan in op het hondje dat Hope als kauwspeelgoedje gebruikt, en de laatste raakt Moeder, die hem gelijk met twintig ogen boos aankijkt. “Geenbijzondereweerstandtegenmagie, excellent…” mompelt Bohairic op hoge snelheid. De Moeder vloeit naar voren en het geluid wordt nog harder in het ruim. Templeton probeert haar enorme bek te ontwijken maar kan niet uit de weg komen. Op het laatste moment flitst een energieveld tot leven naast zijn huid en dit houdt de tanden tegen! De Moeder schreeuwt met woede en trekt zich terug naar de schotten. De ongeboren Vine Horrors schreeuwen mee. Hun klauwen proberen de Genasi te pakken maar de afstand is te groot. “Bedankt, Sheler!” zegt Templeton, met zweetdruppels op zijn voorhoofd. Bohairic krijgt een gemene lach op zijn gezicht wanneer hij ziet de Moeder terug bij de schotten. Hij begint de woorden van een spreuk, klaar om een straal supersonisch energie op haar af te schieten. Alweer begint het gejank door te dringen en wanneer de Moeder haar eigen schrille stem toevoegt is het hem te veel. De energie blijft bij zijn vingertoppen gloeien! Hij kijkt naar zijn handen en schroeit zijn gezicht op van de pijn. Een concentratieverlies van een tiende van een seconde en de spreuk is niet goed afgerond. De tovenaar schudt de energie weg, en vloekt in versnelde Mulhorandi. Hij gooit zijn rugtas op de grond naast hem en het landt in een plas. Bovenaan ligt zijn hamersfeer en hij raapt het op, zijn elke beweging wazig voor de rest. Hij richt het op de vinewolf en laat het vliegen! Naast de gloeiende hamer vliegt een gloeiende longsword, opgeroepen door Timothy. De twee wapens vallen het wolfachtige beest aan en dit geeft Hope een kans. Met een brul laat hij al zijn woede opborrelen. Zijn spieren lijken te groeien en botten in de tentakels beginnen te kraken. Toch komt hij nog niet vrij. ******************************************************************** Templeton en Sheler trekken zich even terug, buiten bereik van de klauwen en tanden van Moeder. Tin tikt Sheler op de schouder en knikt, “Nu, Sheler?” Sheler zucht en knikt. “Ik hoop dat het geen pijn doet, Tin.” “Geen idee, ik heb het nooit op mezelf gedaan!” Tin legt haar hand over die van Sheler en concentreert. De druïde trilt even en kijkt Tin aan met een op dat moment ondoorgrondelijke blik. De spellthief vliegt langzaam het ruim in en hangt even in de lucht, op zoek naar de beste route naar achteren.



Templeton, net buiten bereik van de opdoemende Moeder, haalt een potion uit een leren zakje aan zijn riem en ontkurkt het met zijn duim. Hij drinkt het in een keer leeg en wordt net zo snel als Bohairic. Met een vlugge beweging gooit hij zijn eigen rugtas neer op de grond en zijn handen doorzoeken de inhoud, te snel om te volgen. Met een lach haalt hij een houten kistje tevoorschijn en hij werpt het neer op de grond. Een bruine steen en een fluwelen kussen rollen eruit en hij stapt op het steentje met al zijn kracht.

Zodra het steentje knapt rollen Templeton zijn ogen terug in zijn hoofd. Hij wijst op de grond voor zich en zijn mond vormt de woorden “Val die plantenkreng aan!” Zijn ogen nemen weer hun normale stand aan en voor hem verschijnt een rots, zwevend in de lucht. De Moeder van Alles blaast tegen de rots en kijkt het wantrouwend aan. De rots barst open als een bloemknop en ontvouwt… in vier identieke rotsen. De vier rotsen vouwen open in zestien, de zestien in tweehonderdzesenvijftig en dan neemt het al ontvouwend een vorm aan. Binnen enkele seconden staat een stenen wezen tussen Templeton en de Moeder in. Zijn hoofd moet bukken bij het plafond en zijn schouders zijn zeker twee meter breed! Onder het zeewier kraken de vloerplanken onder het enorme gewicht. Ze knappen tegelijk en het wezen zinkt de vloer in… en dan stopt, met de poten in de lensput. Het lijkt er op dat er genoeg zeewier onder het schip zit om het gewicht van de stenen elemental de dragen. In een grote gebied om het ding heen steken kapotte balken en planken aan alle kanten uit, maar het ding blijft staan. De stank van het lenswater mengt met de stank van de Moeder en het wordt nog ondraaglijker om hier beneden te zijn.

Voor Templeton wisselen de elemental en de Moeder stevige klappen uit en hij neemt de tijd om een genezend toverdrankje te slikken. Zeewier en verpulverde vine horrorfoetussen hangen van de stenen vuisten van de elemental, en het schuifelt naar voren toe. De Moeder deinst even terug, schreeuwt, en gaat volledig in de aanval! Haar klauwen scheuren stukken uit de ruwe steen van de elemental en haar tanden laten barsten achter in de rotsen. Hier in het ruim van het verlaten schip voeren de twee reusachtige wezens een echte titanenstrijd, met alleen oog voor elkaar.

Hope vecht tegen de plantwolf om bij de vloer, en zijn bijl, te komen. Hij ontsnapt de tentakels maar laat veel huid achter aan de weerhaken. Hij raapt zijn bijl op en hakt in op de Moeder. Gefocust op de elemental let ze niet goed op de kleine man met de grote bijl, en hij hakt door vijf of zes van de jonkies aan haar buik. Tin neemt haar kans en vliegt boven zijn hoofd naar de grote put achter de schotten, maar Moeder heeft weer aandacht voor de kleine wezens in haar broedplaats. Ze reikt haar nek uit achter de snelvliegende halfling aan en probeert haar in één hap op te eten. Tin trekt haar voeten in op het laatste moment en ontsnapt met bloedende benen. Ze neemt een plek in achter Moeder en bereid zich voor om haar eerste druidisch spreukje te gebruiken.

“Maar eerst even wat healing…”

De druïde zelf is ook weer in beweging. Ze glipt achter Templeton en schudt de inhoud van een klein zakje op haar linkerpalm. Het lijkt op as en dat is het ook.

“As is de negatieve echo van plant…”

Templeton kijkt haar aan,

“Het zal wel, maar wat heeft…”

De lucht tussen Sheler en de Moeder wordt koud en de hele linkerhelft van de Moeder sterft in een keer af. Het hele gebied wordt zwart, de bladeren vallen eraf, en de takken en lianen schroeien op. De Moeder schreeuwt met pijn en razernij!

“NEEEE!!!!! Dit mag niet! Dit zal niet…”

Ze verheft haar stem en het weergalm zowel door het schip als door hun hoofden. Op het laatst beseft de trotse Moeder dat er versterking nodig is,

“HIER, MIJN KINDEREN, NAAR MIJ TOE!!!”

Twee stenen vuisten zinken diep in haar open mond en de elemental haalt zijn armen wijd open terwijl ze nog binnen de Moeder zijn. Met een greep aan haar ingewanden tilt de rotswezen haar van de vloer op. Hope hakt in op haar onderkant, en Bohairic schiet haar en de wolf met grijsgloeiende magic missiles. Zodra de twee pijlen inslaan op de Moeder wordt de laatste resten van haar energie opgezogen door de negatieve energie in de magische pijlen. De rest van de Moeder krimpt in, blakert, en valt uit elkaar.

********************************************************************

Zodra de Moeder sterft, zakt de Vinewolf in elkaar. Hope zucht en haalt de scherpe uiteinden van de tentakels uit zijn rug. De scheuren dichten gelijk en het bloeden stelpt.

“Nee!” zegt Tin-a-Tin van achter de schot, “Ik was er net klaar voor!”

“Moest ik dat doorstaan voor niks?” zegt Sheler, “Tjongejonge – de volgende keer zal het écht noodzakelijk moeten zijn – allemachtig!”

Van het plafond komen natte geluiden als de aanstormende Vine Horrors imploderen. In het ruim begint de grote put met zeewater te vullen. Stukken breken af van de randen en drijven op de inkomende zee. Iedereen weet precies wat er gaat gebeuren,

“De boel gaat uit elkaar!” roept Tin-a-Tin, en ze vliegt naar voren toe, “Red de poet!”

Hope en Templeton pakken allebei een kist en lopen naar de luik terwijl Bohairic zijn hamersfeer opbergt. Hij pakt de derde en vliegt naar voren, achter de rest aan. Tin neemt de kist over van Bohairic na een teken van de tovenaar, en vliegt het naar boven toe. De groep takelt de andere kisten door de luik heen en dit geeft de tovenaar de kans om een boekrol uit zijn mouw te schudden. Hij leest het snel op en zijn ogen beginnen blauw licht uit te stralen.

“We hebben alles wat magisch is dat hier lag opgeborgen, maar boven is er nog iets… iets krachtigs.”

Hij vliegt langs de twee halflings naar boven toe. Timothy en Sheler hebben kisten en vaten opgestapeld om bij de luik te komen, en de grotere jongens zijn al boven. Het schip schudt en ze moeten springen voor de uitgereikte handen van hun kompanen. Bohairic vliegt door, haalt Tin-a-Tin in, en loopt het laatste stukje naar de ruimte achter de keuken. Het hele schip schudt weer, en kantelt met dertig graden naar bakboord! Scheldwoorden weergalmen door het zinkende schip maar Bohairic moet concentreren. Hij roept een spookachtig handje op en stuurt het de kamer in. Tin kijkt over zijn schouder als het handje een witte koker opraapt en terugbrengt.

“Het lijkt een bot wel!”

“Het lijkt een waterdichte koker voor rollen wel!” lacht Bohairic, die moeite heeft om zijn handen niet in elkaar te wrijven.

********************************************************************

De groep worstelt alle kisten naar boven toe en enkele minuten later drijven ze op hun slee op de open zee. Het schip De Donderdraak breekt in tweeën en zinkt onder de golven. Her en der drijft een klont donker zeewier, en van de Vine Horrors is er geen spoor te bekennen. Verder weg zinken de andere wrakken ook naar Umberlee haar domein, en Timothy mompelt een gebed voor de zielen van de zeevaarders aan boord.

Een tijdje later zijn ze terug aan boord de Wyvern.

“Het was vreselijk!” zegt Amella, “Duizenden van die plantmensen stonden om het schip heen, maar ze keken allemaal naar het Oosten toe. Urenlang stonden ze daar, en geloof het of niet, er was echt paniek aan boord zonder Avner!”

“Leiderschap is in mijn bloed,” zegt Avner, “en het wordt tijd dat jullie dat erkennen. Ik ben geen kapitein, en luister naar Kapitein Amella als we aan boord zijn, maar wanneer we in Farshore zijn wordt het anders. Jullie bedreigingen en leugens zal ik niet snel vergeten.”

“Zonder ons was je dood, sukkel!” zegt Hope, en zijn hand grijpt vast aan zijn bijl.

Avner stapt op hem af, “Ik heb alleen jouw woord voor dat, peón! En ik heb tijd genoeg gehad in die magische kooi om er over na te denken. Die boerenkinkels hadden mij niets aangedaan, ze wilden alleen wat iedereen van mij wil – geld. Ik had die hoer zo afbetaald. Ze wilden alleen de prijs omhoog drijven, maar jij met je boerenverstand…”

Amella stapt tussen de twee in voordat het uit de hand loopt,

“Meneer Meravanchi, dat is genoeg! Deze mensen hebben net voor de zoveelste keer jouw leven gered, en de mijne, en dat van iedereen aan boord. Als u denkt dat u al die beesten had kunnen verslaan had u dat dan sneller gezegd, en hadden we niet zo lang moeten wachten hier. Wat betreft die zaken op Renkrue…” ze ademt langzaam in, en weer uit, “… met alle respect, u bent niet wijs als u denkt dat die eilanders aan het spelen waren. Zonder Hope was u uw hoofd kwijt. Ik heb het een keer gezien, en dat was genoeg voor mij. Die eilanders hadden mijn tweede stuurman gepakt. Hij wou, net als u, een meisje in… dienst… nemen.”

“Ze groeven een put in het strand en deed hem erin – tot aan zijn nek hebben ze het weer opgevuld. Vreemd genoeg lag hij op een hoek met zijn gezicht naar voren toe, waarom wisten we toen niet. Het was net op het randje van waar de zee kwam met hoogtij, en ze lieten een ploeg de wacht houden – om zijn hoofd af te schermen van het water als hij echt dreigde te verdrinken. Zijn gillen en schreeuwen hielden niet op, de hele nacht niet. Op een gegeven moment werd hij een beetje scheel, en later had hij geen woorden meer – alleen maar geluiden. Dat hij niet mocht verdronken was het wreedst – het water heeft regelmatig zijn mond gevuld, maar ze wisten precies waar hij moest staan. De volgende ochtend moesten we komen kijken. Had hij maar kunnen verdrinken! Wat u ook niet moet vergeten…”

Het hele schip is stil. De passagiers, die de groep kwamen verwelkomen staan ook in een halve cirkel aandachtig te luisteren. Iedereen hangt aan Amella haar lippen,

“… wat u niet moet vergeten is dat een strand LEEFT. Krabben, min heer Meravanchi, krabben en meeuwen. Zijn gezicht was weg, en zijn tong ook, en zijn ogen, zijn neus – alles! Toen wisten we waarom hij niets meer zei – dat kwam doordat zijn tong weg was. De krabben hadden toen zijn lippen weggeknipt en waren naar binnen gegaan. Een van de krijgers zeiden dat hij naar voren leunde dat hij niet te veel bloed kon slikken, om te voorkomen dat hij zichzelf kon doen verdrinken in zijn eigen bloed! De meeuwen hadden zijn ogen en oogleden, de krabben zijn neus. Maar ze waren nog niet klaar met hem.”

“Ze brachten het meisje, het meisje dat hij wou kopen, en ze gaven haar een knuppel. Ze heeft zijn hoofd kapotgeslagen met dat ding, alsof het een meloen was, en ik zweer het je – hij leek haar dankbaar toen hij het zag.”

Avner staart een halve minuut naar Amella en dan draait hij zich om en loopt snel maar in stilte naar zijn hut.

Amella knipoogt naar de groep en loopt terug naar het wiel.
********************************************************************

Voordat een discussie kan ontstaan over wat precies het knipoog betekende komen Skald, Tavey en de zes passagiers hen omhelzen. Handen worden geschud en wangen gezoend en iedereen is het er mee eens dat deze nachtmerrie van een reis niet snel genoeg afgelopen kan zijn. Het verhaal wordt vertelt en weer vertelt terwijl Amella het schip weer richting het Eiland stuurt. Barnaby en Quenge, Avner zijn dienstbodes, komen de groep ook bedanken en uiteindelijk zegt Avner ook bedankt, ook al maakt hij er een grote toneel van. Met de groep bekaf, de passagiers moeten helpen met het zeilen. Timothy wordt wakker en moet gelijk blaren behandelen, maar er zijn weinig klachten.

Bohairic blijft een dag benedendeks en bestudeert alles wat ze hebben gevonden. Een rijkdom aan magische voorwerpen – harnassen, een zwaard met ijskristalletjes op, een rol met meerdere bijzondere spreuken op, magische handschoenen, een soort bril, een magische sleutel, een gemummificeerde klauw… echt van alles. Na veel overleg en hete woorden claimt Sheler het zwaard voor Shaundakul en verdwijnt Hope naar beneden met de sleutel in een doekje gewikkeld. Hij heeft last van zijn darmen, zegt hij. Wanneer Hope weer verschijnt is hij zichtbaar veranderd! Hij voelt zich weer lekker, ook al wrijft hij een hand om de paar minuten heen en weer over zijn buik. Zijn huid lijkt eerst donkerder, maar op nader inspectie komt dit niet door de zon maar door duizenden kleine schubben.

“Het lijkt wel slangenhuid,” zegt Tin, verbaasd.

“Laat het maar, Tin,” zegt Hope.

********************************************************************

Twee dagen later ziet Amella wolken aan de horizon die ze als zeer onheilspellend beschrijft. Alles in het ruim wordt verplaatst en verdeeld, dat het middelpunt van al gewicht echt goed over het middenlijn van het schip ligt. Er zijn nog wel dertig ton aan voorraden voor het dorpje, en veel voer voor Donderslag (die wat lusteloos eruit ziet). Het lijkt er op dat er voldoende te eten en te drinken is, vooral omdat Templeton regelmatig watervaten vult met koel, puur water.

De wolken naderen het schip en het wordt steeds donkerder. Ze nemen de halve lucht in en de lijnen in de wolken zeggen een ding – orkaan!

De vorige storm was hevig geweest, en koste hen de Nachthaai. Deze zal nog heviger zijn!

Amella herhaalt alle veiligheidsprocedures en wijst iedereen erop dat het wel twee of drie dagen kan duren voordat ze weer uit de storm zijn.

“Iedereen die een lijn strak kan houden zal moeten werken – dit is leven en dood, mensen. Als je op dek bent, moet je aan een touw hangen. Als je van boord gespoeld wordt, zal het je niet helpen – je zal tegen het schip verpletterd worden of simpelweg verdrinken, maar we kunnen hopelijk je lijk redden, en misschien kan Sheler je terugbrengen. Jullie zijn geen rare gnomen en zullen vast geen vis worden. Als mijn schip dit overleeft zal ik er zelf voor zorgen dat de nodige kruiden gekocht worden om je een nieuwe kans te geven. Besef dit wel, elke golf dat het schip raakt is tientallen tonnen aan water. Het schip zelf is echt een lucifer in een draaikolk tegenover een orkaan. Dan hebben we de bliksem – één keer raak kan een mast doen ontploffen. Alle water in het hout in één keer afkoken – er blijft niks van over!”

Bohairic begint over een spreuk maar wordt gelijk afgekapt,

“Geen sprake van jouw extra drijfvermogen, Bohairic! Handig als we stilliggen en een gaatje willen vullen – maar in een storm moeten we ons klein gewicht juist hebben om een koers aan te houden. Als we gaan dwarrelen gaat ze draaien, en als we een golf krijgen op een andere hoek is het voorbij. Alle vracht wegschieten, schuiven, of een gat in de wand slaan… dan zijn we een drijvende, dwarrelende huls met gaten in. Het water zal er doorheen schieten, alles wat binnen is wordt naar buiten gespoeld – en met alles bedoel ik iedereen en alles benedendeks. Als je tussen twee vaten, of tussen een kist en de wand komt barst jij als een kakkerlak onder mijn laars. De zeilen? Geen zeil houdt het tien seconden vol met die wind! Die moeten opgeborgen worden, en we moeten het redden met het roer, en allemachtig – als dat afbreekt zijn we de klos. Dat ding zit vast aan drie pintels, bouten van ongeveer polsbreedte, en dat is niks voor zulke golven! Ja – met die spreuk blijft het schip op de oppervlakte, maar het zal een leeg, drijvende huls zijn.”

“We zeilen in een karveel – niet mijn eerste keuze voor zo’n reis, maar ja. Als we één keer een golf van de verkeerde kant krijgen kunnen we gaan rollen – en dat betekent alle vracht vallen naar de kant, en naar het plafond toe, en weer tegen de kant, en weer op de vloer – de stukken die overblijven dan. De masten zullen weg zijn, en iedereen die in de buurt van tuigage – iedereen die boven in plaats van benedendeks wil sterven dus – wordt met ze weggespoeld, gewurgd en aan het verdrinken. Als je mazzel hebt, krijg je een klap van de mast!”

“Bid aan alle goden die jullie heilig houden, en zeg vaarwel tegen iedereen die je lief houdt. Elke minuut die we overleven na de eerste vijf is een wonder.”

********************************************************************

Wanneer de wind inslaat is het als een klap in het gezicht met een meter lang ijspegel. Amella zet al haar ervaring in te weten wanneer ze tegen de stroming moet vechten en wanneer ze los moet laten, en op de Goden vertrouwen. Uren worden dagen, en alles verdwijnt behalve wat binnen handbereik is. Praten is onmogelijk, alles gaat op automatisch piloot, en wanneer Amella na 36 uur in elkaar zakt achter het wiel is Hope er om het vast te pakken. De Kapitein heeft zich aan het wiel vastgemaakt, en ze draait met het mee. Ook al had hij de tijd, Hope z’n koude vingers zou haar niet vrij kunnen snijden, en dan zou ze binnen een paar secondes toch wegspoelen. Ze blijft bij het wiel, letterlijk. Tijdens de tweede nacht breekt een ra van de achtermast af. Het vliegt naar achteren en bijna onthoofdt Hope! De tuigage die meevliegt hangt boven de losvliegende ra, omhoog gewaaid door de 80 mijl per uur wind – anders was hij verdwenen zonder een geluid te kunnen maken. In de lucht achter het schip rolt de zeil open en de ra explodeert!

Hope houdt het een dag vol en Templeton, die geen last heeft van de kou, houdt hem op de been met beschuit en brandy. Van het ruim naar het wiel en terug kost hem elke keer een half uur. Op de derde dag halen ze het oog van de storm. Een vreemd stilte hangt in de paarse lucht, en om ze heen woedt de stormwinden. Bliksem verlicht de hele cirkel en iedereen krijgt een hete maaltijd, voorbereid met magie. Timothy en Sheler geven iedereen extra sterkte en doorzettingsvermogen met spreuken, en Bohairic roept een leger aan onzichtbare hulpjes om zo veel mogelijk tuigage strak te zetten. Drie ra’s zijn weg, alle kraaiennesten, en een kwart mijl aan touwen. Donderslag heeft een gebroken been en Avner en Sheler krijgen bijna slaande ruzie over het genezen of laten inslapen van zijn paard. De hele ruim ligt onder water en kots. Alle slaapvertrekken stinken naar pis want je moet het gewoon doen. En toch leeft iedereen nog. Amella vermoedt dat het eiland een dag of twee weg is en is bang dat ze het zullen treffen in de storm. De hele noordkust is omringd door rotsen en riffen, en je hoeft maar één keer iets te raken en het is voorbij.
En dan is het tijd voor de tweede ronde. Opgebeurd door eten en magie (op Hope na) is iedereen klaar om hun alles te geven. Bulls Strength, Resist Cold, Bear’s Endurance, Prayer – de twee religieuzen hebben alles gedaan om de hele bemanning een kans te geven. Het schip nadert de muur van wind en regen en vanaf het moment dat het boegbeeld het oog van de storm verlaat is het weer zoals het was. Alle optimistische gedachtes verdwijnen gelijk en het is weer een gevecht om leven en dood. Amella stuurt met alleen haar kompass en haar gevoel, en voor iedereen houdt de wereld op na ongeveer tien voet. Minuten worden uren, dag wordt nacht, en het schip vecht door.

Het hele schip kraakt en buigt met de verwoestende aanval van regen en wind. De lucht boven de Wyvern explodeert en een bliksemflits slaat in op de hoofdmast. Vonken spetteren aan alle kanten, bouten vliegen uit het hout, en de mast splitst in tweeën. Alles gaat met de twee helften de zee in, ra´s, tuigage en zeilen. Dikke touw knapt als naaigaren, en de losse einden vallen de dek aan met brutale zweepslagen. Toch blijven een aantal touwen heel, en het schip begint gevaarlijk te kantelen. Templeton en Hope moeten de andere masten op om alles los te snijden, en de vliegende touwuiteinden bewerken ze als knuppels. Ze kunnen allebei op elke moment van de masten afgeslagen worden, en als dat gebeurt is het voor hen ook gebeurd. De regen is nu zo hard dat elke druppel als een bijensteek voelt. Templeton, voor, krijgt de kans om voor het schip uit te kijken, en in de verte ziet hij iets donkers uit het water opdoemen. Rotsen!

De storm heeft ze naar hun doden gebracht.

Fuck.

Templeton schreeuwt een waarschuwing maar de wind neemt zijn woorden met zich mee. Haastig maakt hij de laatste touwen los, en met een laatste kraak wordt de hoofdmast de zee ingesleurd. Het dwarrelt even op de oppervlakte voordat de golven het wegslepen. Hij begint zo snel mogelijk weer naar beneden te klimmen. Eerst de touw om hem en de mast heen iets naar beneden, dan een stukje dalen, dan weer de touw verplaatsen, en dan weer dalen. De storm verslapt even en hij ziet de punten weer, dichterbij. Het zijn geen rotsen.

Voor de rotsen verschijnt een draakachtige hoofd, ongeveer vijftien voet lang. Een Dragon Turtle! Meer dan zestig voet lang, het beest is het grootste levende wezen dat hij ooit heeft gezien. Hij kent de verhalen – het kan superheet kokende stoom als wapen gebruiken, maar dat is lang het gevaarlijkst niet. Het beest weegt meer dan hun hele schip en kan ze makkelijk kapseizen!

“Alsof de storm niet genoeg was…”

Een reeks lage tonen komen uit de mond van de monster, een soort walviszang, en zowel Templeton als Bohairic kunnen het herkennen – het beest spreekt aquaan!

“GEEN CIJNS… GEEN PASSAGE!”

Ze krijgen geen mogelijkheid om te onderhandelen, het beest duikt gelijk onder de Wyvern en komt weer omhoog! Iedereen aan boord vliegt de lucht in, en de touwen om ze heen redden hen levens! Drie keer zakt het beest onderwater en drie keer wordt de Wyvern opgetild, op de rug van de monster. Elke keer dat het de Wyvern optilt neemt het hen een tijdje met zich mee. En nu zijn er echte rotsen zichtbaar.

De Dragon Turtle komt voor een laatste keer omhoog, met nog meer vaart, en het gooit het schip op de rotsen! Een oorverdovende kraak komt uit de rug van het schip en Amella schreeuwt mee! Het beest verdwijnt onder de golven en de storm slaat weer toe!

********************************************************************

De Wyvern blijkt sterker dan iemand had verwacht, houdt het nog een uur vol, bovenop de rif. Op een gegeven moment worden de golven zo hoog dat het schip er afgespoeld wordt. Het komt in een gebied met veel verraderlijke stromingen en kaatst van rif naar rif. Elke botsing verricht zware schade aan de scheepsromp, en water stroomt nu het ruim in aan alle kanten. De storm waait steeds harder, en het lijkt alsof de orkaan ze toch niet vergeten is.

“Dit kan niet natuurlijk zijn!” schreeuwt Sheler tegen Timothy, voordat het schip weer tegen een groep scherpe rotsen geslagen wordt. Door de impact vliegt Timothy de lucht in. Hij wordt tegengehouden door de touw om zijn middel en kaatst terug naar de mast. Het schip rolt en kantelt, planken begeven het ergens aan het onderwaterschip, en Timothy vliegt weer de lucht in! Zijn hoofd kaatst van de ra af en hij blijft bewusteloos in het want hangen. Wind, stroming en rotsen schudden het schip onophoudelijk, en hij wordt wakker geschud net als hij door de tuigage zakt. De touw om zijn middel dat hem zo vaak heeft gered is door het want heen gewikkeld en heeft hem nu bij de nek! De regen houdt voor een seconde op en Sheler ziet hem weer, ondersteboven in het want. Zijn dolk flitst in het ochtendlicht.

“Timothy!”

Het schip slaat weer op de rotsen in, een golf stroomt over de druïde heen, en wanneer ze weer naar boven kijkt is hij weg. Een soort vlot zeilt langs de Wyvern, en Sheler beseft dat het een stukje uit de romp is. Het breekt tegen de rotsen en de planken barsten uit elkaar. Mitch Wever worstelt naar de dek met zijn familie achter hem. Ze zijna allemaal aan één touw vast.

“Alles spoelt weg! De bakboord kant van het schip ligt helemaal open! De anderen…”

De golven pakken het schip weer op en slaan het weer neer. Water overstroomt de dek, en het hele schip ligt op een rare hoek.

“RED JEZELF!” roept Amella, “VERLAAT HET SCHIP!”

Mitch snijdt de touwen die hem aan zijn vrouw en dochter vastmaken. Hij schreeuwt iets tegen hen maar Sheler hoort het niet. Regen, golven en wind hameren op haar gezicht. Ze ziet Timothy ook nergens. Mitch pakt zijn vrouw en dochter en springt met ze overboord. Het schip schudt weer en iets groots breekt, diep binnen de romp. Sheler kijkt om zich heen. Templeton haalt zich naar de trap en gaat naar beneden. Seconden later meent ze zijn stem te horen, ver aan bakboord. Tin-a-Tin trekt aan een touw en probeert iets vast te maken. Een golf spoelt haar overboord. Bohairic trekt zich langs de wand van de hut achter haar aan. Hij snijdt de touw om zijn middel om dichter bij het plek te komen waar Tin verdwenen was, uiterst voorzichtig, en wordt weggeveegd door een krachtige golf. Het laatste wat Sheler ziet is een roggevleugel. Achter haar staat Hope bij Amella. Ze wijst hem naar de kant en scheldt hem uit. Hij slaat haar op het hoofd, snijdt het touw, roept iets tegen Sheler, en springt met haar het water in. Ze landen op de rotsen naast het schip, glijden uit, en worden weggespoeld door de twintig voet golven. Sheler maakt zich klaar om te vertrekken, en één gedachte houdt haar tegen.

“Avner!”

Ze pakt haar touw en gaat hand over hand naar de trap toe. Beneden is bijna helemaal onder water, hij zal wel weg zijn. Of misschien zit hij ergens vast...

“Ik moet gek zijn…”

Sheler snijdt haar eigen touw en sleept haarzelf de trap in. Het water beneden is zo diep als zij is lang, het hele schip schudt zich uit elkaar, kisten en vaten drijven op het water en ze ontwijkt ze met moeite, zo diep in het water staat ze. Het hoeft maar één keer raak te zijn en zij is er geweest. Ze probeert haar stem zo te gebruiken wanneer het het meest stil is, maar in de orkaan maakt dat niet veel uit. De hele bakboord kant van het schip ligt inderdaad open, een gat van zeker twintig voet. De helft van hun vracht drijft buiten, de rest is kapotgeslagen binnen, en ze heeft er de kracht niet voor om vast te houden aan de trapleuning wanneer een golf het schip vult en haar wegsleurt. De rotsen doemen voor haar op.
********************************************************************

Wanneer ze wakker wordt is het warm. Ze proeft bloed in haar mond, en iets hards – grintachtig… zand!
Ze tilt haar hoofd langzaam omhoog en het doet pijn. Ze ligt aangespoeld op een strand. Verderop ziet ze Hope en Tin-a-Tin, en aan de andere kant Bohairic, Skald en Templeton. De twee gezinnen, Avner, zijn dienstbodes en paard, en Timothy zijn niet te zien. De storm is uitgewaaid.

Vijftig voet op het strand beginnen de bomen – dik regenwoud. Vogels kraaien en vliegen in grote getallen de lucht in, en de grond schudt.

Boem!

Boem!

Boem!

Boem!

Een reusachtig beest verschijnt bij de boomlijn en een palmboom valt naast het. Ze ziet een hagedisachtig beest dat op twee poten loopt, met een kop als een draak. Het kop van het ding is zeker zestig voet in de lucht, en de bek opent. Het brult, en Sheler denkt nu te weten hoe een oude draak moet klinken. Slagtanden van een halve meter vullen de bek van het beest en het kijkt neer op het strand. Kleine voorpoten graaien in de lucht en het richt zich op de aangespoelde mensen, die nu allemaal in een keer wakker zijn.

Ze zijn geland op het Isle of Dread!
KarakterSpelerXPInfo
Bohairic Tuning 1.675
Hope Eric 1.675
Sheler Opa 1.675
Templeton Johan 1.675
Tin-a-Tin Jacco 1.675
Plaats de muis boven het om detail informatie te zien.

Gepost door Jeff op 22 januari 2009 om 0:20 uur.
Reacties van bezoekers (237 reacties)
JeffJeff
Over bluff checks gesproken... mevrouw Junglerazer!

Grrrrrrrrr.....
Gepost op 22 januari 2009 om 0:21.
OpaOpa
waarom zou ik je van te voren moeten laten weten wat je te wachten staat....
duiveltje uit een doos... of een duiveltje van een doos....???
hahahaha
Gepost op 22 januari 2009 om 0:27.
OpaOpa
maar eigenlijk viel ze een beetje tegen. ik had een tamelijk agressieve plant verwacht. maar ze had niet veel in te brengen. behalve die vinewolfs dan.
Gepost op 22 januari 2009 om 0:29.
JeffJeff
Wel leuk! Moeder was flink geschrokken!
Gepost op 22 januari 2009 om 0:29.
OpaOpa
kom je eruit met mijn mail?
Gepost op 22 januari 2009 om 0:29.
JeffJeff
XP maakt ook veel mensen blij, denk ik. Welterusten!
Gepost op 22 januari 2009 om 0:29.
OpaOpa
shaken... not stirred... :-D
Gepost op 22 januari 2009 om 0:29.
JeffJeff
Ja hoor - je hebt antwoord. Ciao!
Gepost op 22 januari 2009 om 0:37.
OpaOpa
akkoord !
Maak er maar wat moois van.
Gepost op 22 januari 2009 om 0:50.
TuningTuning
woohooo.. dag plantjes! Level-up!
Gepost op 22 januari 2009 om 7:25.
Wie zegt wat?
Alleen bij een actieve campagne kun je (indien ingelogd) reacties achterlaten.
© 2003 pepijn
 
Fout spreekwoord
Als er 1 vlo over de dam is, moet de rest nog een heel eind
 
Agenda
Er is geen speeldatum voor deze campagne
Campagne Top 10
Shackled City Adventure Path
175x gespeeld
Savage Tide Adventure Path
109x gespeeld
Way of the Wicked
74x gespeeld
Campagne Land van Amn
57x gespeeld
Storybook Hendrik
55x gespeeld
Campagne Channath
53x gespeeld
The drow
43x gespeeld
Calimshan
40x gespeeld
Amn
23x gespeeld
World of Trap
19x gespeeld
 
Populaire lokaties
Grou
76x gespeeld
St. Anna
16x gespeeld
Wytgaard
11x gespeeld
Leeuwarden
5x gespeeld
Grou & St. Anne
1x gespeeld
 
Overzicht gebruikers
Klik hier als je een overzicht van alle geregistreerde gebruikers wilt zien.