Inhoud Storybook
+ Hoofdstuk 7
+ Hoofdstuk 6
+ Hoofdstuk 5
+ Hoofdstuk 4
- Hoofdstuk 3
  Koers
  Chult
3.1Voorbereidingen
3.2Trossen Los!
  De Boot
3.3Haaienvoer!
3.4Wrede Verstekeling
3.5Aerial Action
3.6Wyverns & Ooze, bah!
3.7Pirates & Pregnancy?
3.8Het komt...
3.9Kraken=Pussy!
3.10Tamoachan dracolisk
  Dracolisk
  origineel plaatje
3.11Vervelend Varrangoin
3.12Urol? Oerol!
3.13Storm en Zeewier
3.14Zeewieraanval!
3.15Het zwart hart
  Sargasso - kaart
3.16The Mother Of All
3.17Victory!
  Loot en stats
+ Hoofdstuk 2
+ Hoofdstuk 1
 
Login
Loginnaam
Wachtwoord
 
 
Registratie
Wil je ook zelf nieuws-berichten, sage advice tips, forum berichten en nog veel meer kunnen achterlaten op deze site? Vraag dan hier een useraccount aan.
Registratie
HOMEPAGE | SAVAGE TIDE ADVENTURE PATH | HOOFDSTUK 3: THE SEA WYVERN'S WAKE
Ontbossing, druid styleOntbossing, druid styleGespeeld bij/in Grou op 15 okt 2008
(reacties)
Het woord ontbijt blijkt ook belangrijk te zijn voor de mensen op de Wyvern. Ze zijn er van uitgegaan dat het zou lukken met het genezen van Tin-a-Tin en hebben een barbecue opgezet aan dek. Makreel en andere vissen liggen aan de grill en de geur wordt met de wind meegenomen naar de Nachthaai. De groep roeit er snel heen en Sheler zweert aan Shaundakul dat Tin genezen en niet meer besmettelijk is. Amella blijft een beetje boos over het incident maar is toch blij dat iedereen weer heel is. Dat Urol een grote vis is vindt ze alleen maar grappig en ze stelt gelijk voor om al zijn spinnen en slangen in het oerwoud te dumpen.

“Ik bedoel, hij komt toch niet terug, hé?”

Voor Bohairic hoeft het niet en hij neemt het verzorgen van de diertjes over. Amella kijkt hem aan alsof hij ook misschien met iets geïnfecteerd is, maar zegt verder niks. Ze vindt het ook best wanneer hij terug wil naar het strand met een paar boten,

“Er zijn een stuk of vijf standbeelden die mooi in het ruim kunnen, kapitein.”

Tegen de tijd dat het slaapvertrek van Urol schoongemaakt is, en niet meer naar aarde ruikt, is het al middag. De standbeelden zijn, met behulp van unseen servants, op strand. Elk weegt ongeveer 500lb en Bohairic berekent dat de dichtheid van de steen waarin ze veranderd zijn ongeveer dat is van marmer! Met een beetje gesjouw zijn ze allemaal aan boord voordat het donker is. Ze worden opgestapeld in het ruim en de voorraden worden verplaatst dat alle gewicht goed is verdeeld. Met volle watervaten en veel vers fruit kunnen ze eindelijk weer varen.

De Nachthaai is ook weer schoon en heeft weer bemanning. De schepen halen de ankers op, en varen weg van Tamoachan. De Nixie, die aan de zeeankers lag, ruilt van plaats met de Wyvern en regelt haar eigen voorraden. Met de avond zijn alle drie schepen onderweg naar Renkrue.

Zonsondergang in Renkrue
*********************************************************

De reis naar Renkrue is snel en gemakkelijk. Iedereen werkt hard en weet wat er te doen is. Bohairic duikt in de boeken en onderzoekt het standbeeld verder. De stijl van het figuur suggereert dat het niet afkomstig is uit Tamoachan, maar dat roept alleen meer vragen op. Timothy ontdekt dat de ketting van de priester ook een tweetal magische stenen op heeft, die mensen die divine spreukjes gebruiken een paar extra mogelijkheden biedt.

Drie dagen later, op 21 Eleasis, komen de drie schepen aan in de haven van Renkrue. Ze zijn nu 34 dagen onderweg, meer dan halverwege, en het woord salaris wordt steeds vaker genoemd. Lavinia opent haar koffer en deelt het geld uit met een glimlach. Ze belooft dat Urol zijn werk gepubliceerd zal worden; zodra ze in Farshore aankomen zal het met het eerste schip naar Sasserine meevaren.
Buit wordt verkocht; van sahuagin drietanden en haaienhuid harnassen tot edelstenen en kettingen, de dorpelingen vinden ze allemaal bruikbaar en/of handig. De dorpelingen zijn beleefd en vriendelijk. De mannen zijn grote krijgers met tatoeages en de vrouwen zijn slank en mooi, met zwart haar en rokjes gemaakt van riet! De taal is afkomstig van Maztican en Bohairic kan het na een dag goed volgen.

De groep blijft een nacht en een dag met veel plezier, en op de tweede avond worden ze uitgenodigd voor een luau – een traditioneel feest. Een groot gat wordt gegraven en gevuld met vlees, en dan komt er een grote brandstapel bovenop. De krijgers geven traditionele dansen, met speren en veel geschreeuw. Veel rum wordt geschonken – de eilanders hebben een eigen destilleerderij, en iedereen heeft een fantastische avond. Totdat het blijkt dat er iemand zoek is.
*******************************************************************

Harde stemmen worden hoorbaar vanaf het strand, en niet al die stemmen zijn van de eilanders. Het dringt snel tot de groep door dat één van die stemmen die van Avner is. Iedereen zucht en ze staan langzaam op. Hope pakt zijn bijl en loopt snel die kant op, op zoek naar actie. Bohairic loopt langzaam dezelfde kant op, met de rest van de groep ergens tussenin.

Avner staat op strand, met twee dorpelingen naast hem. Ze drukken hun speren op zijn schouders en aan beide kanten van zijn nek is er een donkere lijn, net zichtbaar in het vuurlicht. Hij is, vreemd genoeg, stil. Hope loopt op de drie af en vraagt Avner wat er aan de hand is.

“Hoe zou ik kunnen weten wat voor bizarre reden deze achterlijke imbecielen hebben om mij aan te vallen. Als we thuis waren had ik ze nu al weg laten halen, en had ik morgen hun hoofden op de ontbijttafel. Ik had eindelijk een mooi meisje gevonden die, nadat ze ingebroken was, een redelijk dienstmeisje had kunnen worden. Ik gaf haar ouders wat geld en toen gingen ze allemaal schijnheilig doen. Ze gingen allemaal kwekken met hun hondentaal en toen kwamen deze klojo’s bij. Wees een brave jongen en hak ze even in UGF!”

De twee speermannen hebben nauwelijks tijd om de speren uit de weg te halen voordat Avner als een zak aardappels op de zand ploft, een bult op zijn hoofd in de vorm van een enorme bijl.

Bohairic komt aan, tegelijk met een oudere man die de bezoekers begeleidt. Deze man legt uit dat Avner een meisje had geprobeerd te kopen, het ergste wat er is voor deze stam. Blijkbaar is er iets in het niet te verre verleden waar ze nog niet overheen zijn. In ieder geval, ze zijn echt woedend. Alleen het kalmerend invloed van Sheler, in combinatie met de rationaliteit van Bohairic en het snelle bijlwerk van Hope, heeft kunnen voorkomen dat de mensen van Renkrue al hun contracten gelijk hadden verscheurd. Geen contracten zou betekenen geen water, geen eten en geen vers hout voor de schepen. Ze hebben mazzel!

Tin sleept Avner de zee in en hangt hem over de kant van het bootje. De oude man legt uit dat Avner een straf van ongeveer een jaar in dienst tot de familie verdient.

“Een jaar?” zegt Bohairic, “Dat is niets! Voor het in gevaar brengen van scheepsrantsoen wordt hij elke dag voor een maand aan de mast geketend en met de zweep geslagen. Daarna wordt hij in rang gereduceerd tot scheepsjongen en kan hij makkelijk een jaar of zes erover doen voordat hij weer benedendeks mag slapen. Hij krijgt het smerigste eten en het vuilste water, en iedereen mag hem een mep verkopen. Als we aan land komen mag hij het schip niet verlaten, en als hij klaagt begint het opnieuw… vanaf de zweepslagen.”

De oude man kijkt Bohairic lang aan en knikt,

“Ik begrijp het. Ik was ook slim, ooit.” Hij lacht, een tandloos gezicht in het vuurlicht, “Ik weet niet waarom je hem mee wilt maar ik geloof ook dat je hem inderdaad gaat straffen. Ga in vrede, maar zorg dat hij nooit weer op onze eiland staat.”

Hij loopt weg, en stopt, “Ik kwam voor iets anders. Tezcatlipoca heeft me in een droom bezocht. Twee gezichten houden jullie in de gaten.”

*********************************************************

De volgende halte is het magisch eiland van Nimbral. Niemand mag het schip verlaten, en Amella neemt voor de laatste keer vers eten en water aan boord via een vloot kleine bootjes in de haven van de meest westelijke poort, Ruathhaven. Het eiland zelf is bijna helemaal met bos bedekt, met her en der kastelen die lijken meer op die uit fabels dan op echte kastelen die een kans hebben tegen een leger. Aan de andere kant, met de hoeveelheid magie de Heersers van het eiland tot hun beschikking hebben zullen die kastelen haast onverwoestbaar zijn.

Bohairic vertelt wat hij weet van het eiland; de meeste inwoners hebben fey als voorouders, en het feybloed is krachtig. Bijna iedereen kan kleine spreukjes gebruiken, om dingen te vermommen of mooier maken. Niets is wat het lijkt en niets wordt normaal gedaan of gemaakt als het ook anders kan. Mooie mensen doen alsof ze oerlelijk zijn, en lelijke mensen maken zich mooier. Magische items zijn nooit wat je zou verwachten, en niemand wat ze lijkt. Een zwerver zou een koning kunnen zijn, zijn vieze onderbroek eigenlijk Invulnerable Glass Full Plate. De modder op het hoofd van de zwerver zou een staff of power kunnen zijn, een wrat op zijn teen een Staff of Mighty Barrage. Het hondje bij zijn voeten zou een awakened pegasus kunnen zijn, de drol in de goot een Iron Golem. ‘Normale mensen’ worden al gauw gek op zo’n eiland en blijven het liefst in de poorten.

Weinig dingen in de Realms zijn meer legendarisch of spectaculair dan de Vliegende Jacht van Nimbral. Ridders op pegasi, de zon kaatsend van hun glazen harnas als ze vanuit de lucht een draak of piratenschip aanvallen. Veel hebben de verhalen gehoord maar weinig hebben het gezien. De Ridders van de Vliegende Jacht zijn de beschermers van het groene eiland, en wonen met de heersers in de betoverende kastelen.

Tin-a-Tin neemt de tijd om met één van de mensen op de boten te praten. Ze houden alle bemanning van schepen op afstand vanwege verhalen van een magische ziekte. Blijkbaar is er ergens een ziekte die mensen stiekem gek maakt, voordat ze onverwacht iedereen in de buurt infecteren en daarna ontploffen in een plas kokend zuur! Tin vertelt alles wat ze weet maar de man gelooft er niks van. Zijn verhaal is beter.

Op de laatste avond krijgt iedereen een kans om de vliegende jacht te bewonderen als het over de haven vliegt tijdens een kustpatrouille. Tientallen ridders met gloeiende harnassen op pegasi racen door de lucht, slechts meters boven de masten. Harnassen, wapens en paardentuig glimmen met alle kleuren van de regenboog en zolang ze zichtbaar zijn kijkt iedereen met open mond, en wordt er geen woord gezegd.

*********************************************************

Terug op zee zet Amella iedereen aan het werk. Alles moet goed opgeborgen zijn, alle onderdelen geïnspecteerd voor schade, voordat ze de Grote Stroming moeten doorkruisen. Amella noemt het de Parelstroming, want de grootste parels zijn te vinden in de reuzenoesters die diep onder die gevaarlijke wateren te vinden zijn. Drie dagen later zijn ze door de gevaarlijke stroming heen en echt onderweg naar het Eiland. Nog maar twee weken aan boord, twee weken met geen land in zicht.

Laat op een avond, na weken mooi weer, begint de wind steeds harder te waaien. Met de dageraad is het een volwaardige storm. De golven zijn ongekend hoog, de zee wit van schuim met overslaande rollers. Amella vecht tegen de storm en alleen haar jaren ervaring houdt het schip in leven. De hele dag lang blijft ze aan het werk, en de hele bemanning en de groep werken ook zonder pauze. Ze neemt alleen een slokje whisky of een beschuit om het uur als de storm het toelaat. Bohairic houdt alle lichten aan en Sheler en Timothy gebruiken hun krachten om iedereen te versterken. De storm houdt ook de hele nacht aan en de bemanning werkt door. Op de tweede dag begint de wind weer af te zakken en met de middag is de zee weer redelijk normaal. Na 36 uren tegen de elementen vechten is de hele bemanning zowel uitgeput als extatisch. Amella organiseert een slaaprooster dat een deel van de bemanning een paar uur rust krijgt terwijl de rest opruimen, en met de volgende ochtend is alles zoals het hoort. Behalve dan dat geen andere schip te zien is.

Lavinia had al instructies afgesproken voor zo’n geval – gewoon doorgaan en elkaar weer zien op Farshore. Bohairic neemt eerst even de tijd om te kijken hoe het met de andere schepen gaat. Hij kijkt eerst bij de Nixie en ontdekt dat het meer schade is opgelopen dan de Wyvern; een mast is in tweeën gebroken en een ze zijn bezig een nieuwe uit de ruim te halen. Bij de Nachthaai is het erger. Bohairic doet zijn ogen dicht. In zijn hoofd gaan zijn ogen weer open, maar dan kijken ze vanuit een punt bij het wiel van het derde schip. Hij ziet slechts een paar meter en al hij ziet is donkergroen. Hij probeert een andere plek, aan dek, en ziet een halfgegeten skelet van een van de bemanning. Vreemde vissen zwemmen voorbij, de Nachthaai is weg.

Timothy organiseert een dienst voor de bemanning van de Nachthaai op het dek en daarna wordt er weer gewerkt. Bohairic luistert gesprekken af op de Nixie en berekent waar ze zijn. Hij werkt met Amella om een koers te berekenen waardoor ze misschien de Nixie kunnen onderscheppen, en de Wyvern vaart zuidwaarts.

*********************************************************

Met zonsopgang op de vierde dag na de parelstroming brandt de zon nerveus door de ochtendmist heen en het onthult een veranderde zee. De golven lijken bijna massief, alsof de zee een vel heeft gekregen. De lucht voelt zwaar, en de zeilen hangen slap en vochtig. Als de mist verdwijnt, krijgen ze in plaats van de rollende golven een nat veld zeewier te zien. Achter het schip reikt het misschien een halve mijl, met de oceaan daarna. Aan alle andere kanten reikt het tot de horizon.

Tientallen andere, dode, schepen zitten ook klem in het groen. De rompen van de schepen steken op rare hoeken uit het wier, masten kapot, zeilen verscheurd. Een van deze schepen is slechts vijf of zeshonderd voet aan bakboord en lijkt in een iets betere staat. Het engst is niet het uitzicht, en ook niet de geur van rottend zeewier, het engst is de bovennatuurlijke stilte. Het dikke zeewier heeft de Zeewyvern beroofd van het rustgevend geluid van de golven tegen het hout. Het is geen gezonde stilte, het is de stilte van de graaf.


*********************************************************

“Lief dat u wilt stoppen bij zulke vakantieoorden en bezienswaardigheden, maar ik vind het niks. Gaat u even achteruit, kapitein?”

Bohairic zijn poging tot humor valt weg in de akelige stilte. De enige reden om niet helemaal depressief te worden is het feit dat iedereen nu net wakker aan het worden is. Spreuken en gebeden kunnen voorbereid worden om de toestand gelijk en gericht aan te pakken. De tovenaren en priesters maken hier werk van terwijl de bemanning achteruit probeert te komen, met behulp van alle roeispanen die er aan boord zijn.

Dit helpt helaas niet. Vervolgens gaan ze roeispanen aan elkaar vastbinden om te kijken hoe diep het hier eigenlijk is. Elke roeispaan is ongeveer vier meter lang en nadat vier onder de groene drab verdwenen zijn moet er nog steeds geduwd worden. Plotseling kunnen de roeispanen vrij in en uitglijden.

“Nou, best diep,” zegt Templeton, “Ongeveer twintig MEE!”

De Genasi wordt tegen de rails gesmeten en laat de roeispaan los; het verdwijnt gelijk onder de oppervlakte van het zeewierlandschap.

“Twintig mee?” vraagt Tin van boven?

“Twintig meter, verdomme! Het ding werd uit mijn handen gerukt!”

Matrozen, en Timothy, maken hun eigen gebaren om het kwaad af te weren. Ze kijken wantrouwig om zich heen, alert voor een aanval. Niets gebeurt, er hangt alleen het enge stilte en een geur van rottende groente.

“Het is niet alleen een enge plek met te veel zeewier onder ons schip, dus. Het leeft of is onder de controle van iets … machtigs. Geweldig.” Bohairic maakt zijn bril schoon aan zijn mouw en kijkt over de railing,

“We zitten gewoon op het zeewier, helemaal uit het water, en het lijkt alsof er nu meer van het schip bedekt is dan een halfuur geleden.”

“Ik ga even kijken,” zegt Templeton, en voordat iemand iets kan zeggen springt hij over de railing.

Hij landt met een plons in het zeewier maar zinkt niet onder de oppervlakte. Hij roept naar boven toe,

“Je kunt hier gewoon staan! En lopen… met moeite dan.”

Hij waadt een tijdje om het schip heen terwijl de anderen zich afvragen hoe moeilijk zij daar zouden lopen, als de gracieuze Genasi het als moeilijk beschrijft.
“Tin-a-Tin!” roept Templeton, “Kun je mij ergens heen vliegen? Ik ben benieuwd naar dat schip aan bakboord.”

“Leuk!” zegt Tin, “Kom even terug, ik wil niet nat worden.”

Templeton springt de lucht in, in een kolom water, en landt weer op het dek.

“Als jij vliegt kan je mij makkelijk dragen,” zegt Tin, en ze spreekt de laatste woorden van de spreuk die ze net had voorbereid. De energie vult Templeton en meteen dwarrelt hij een paar centimeter boven het dek. Tin klimt op zijn rug en zit op zijn schouders, en ze vliegen weg.

*********************************************************

Bohairic raapt een stukje zeewier op van de plas waar Templeton had geland.

Hij concentreert een tijdje en kondigt aan dat het niet vanzelf bewust was, en ook niet kwaadaardig. Hij laat verschillende energieën door het heen stromen, om te kijken hoe het voor het best bestreden kon worden.

“Hmmm, gewoon een plantje. We kunnen het fikken, vriezen, schokken, branden met zuur…Ik heb nog een idee.”

Hij stuurt een paar onzichtbare dienaren naar beneden en laat ze een tijdje zeewier wegschrapen.

“Misschien met een heleboel kunnen we het weghalen. Ik zal er over nadenken.”

Hij gaat met Hope en Sheler in beraad totdat een stem van boven hen stoort, “Hallo beneden!”

Tin en Templeton landen weer op het dek. Ze hebben het andere schip geïnspecteerd.

“Het heet ‘De Woede’ en het is een tijdje leeg. Het is helemaal bedekt met dat troep en er is een gat in de romp waar het allemaal naar binnen is gedrongen. We wilden niet alleen naar binnen.”

“Ongekend verstandig van je, Tin,” zegt Amella, die de passagiers heeft gerustgesteld.


*********************************************************

Met alle passagiers veilig benedendeks, onder de leiding van Avner, wordt het plan uitgevoerd. Sheler probeert een krachtige spreuk om de planten te commanderen. Niets gebeurt en hij probeert het nog eens, ook tevergeefs.

“Nou, dat waren mijn krachtige spreuken voor de dag dan. Jij bent.”

Bohairic laat zich helemaal uitleven met het oproepen van bediendes, en weet ongeveer zestig van de domme krachtpuntjes te maken. Hij gebruikt een scroll en het schip dobbert alsof het van kurk gemaakt is. Het zet de bediendes aan het werk en ze beginnen met het weghalen van zeewier, wat al begonnen is met het naar binnen groeien, tussen elk klein plekje waar er iets minder teer op de balken is, of waar er zeepokken de hout hebben aangetast. Hij maakt dat ze het zeewier wegduwen en helpt er zelf mee met vliegend zwaard spreuk. Helaas komt er steeds meer zeewier naar boven drijven, en na een halfuur is het schip nergens mee opgeschoten.

“Plan C, Sheler,” zegt Bohairic met een grimas. Hij zet alle onzichtbare hulpjes bij de boeg onder het schip en wacht. Sheler leunt over de railing bij de boeg en kijkt naar achteren. Ze trekt een zuur gezicht, zucht, en laat los!

Niets straalt uit haar handen, geen vlammen, geen zuur, maar alle planten aan die kant veranderen in een paar seconden in as, tot een diepte van ongeveer vijf voet, en ver achter het schip zelf. Ze herhaalt dit trucje aan de stuwboord kant en Bohairic laat zijn hulpjes duwen. Het schip begint langzaam te bewegen onder de kracht van de tientallen bediendes. Vijf minuten, tien minuten, de rand van de sargasso kruipt langzaam dichterbij. Het schip legt bijna vier scheeplengtes af, ongeveer de helft van de afstand naar de open zee, voordat de ramp toeslaat. Een enorme sliert sargasso, een halve mijl breed, dobbert omhoog achter de Wyvern. De naderende open zee, en de hoop van vrijheid, zijn nu verder weg dan ooit.





KarakterSpelerXPInfo
Bohairic Tuning 470
Hope Eric 470
Sheler Opa 470
Templeton Johan 470
Tin-a-Tin Jacco 470
Plaats de muis boven het om detail informatie te zien.

Gepost door Jeff op 16 oktober 2008 om 13:23 uur.
Reacties van bezoekers (108 reacties)
EricEric
Avner aangepakt nog het meeste, blij dat Hope flink uithaalde :)
Gepost op 16 oktober 2008 om 13:30.
JeffJeff
Lol - leuk aanpak! Ik heb niet zo'n zin in thuiswerken vandaag, ben bezig met het vorige verhaal :)
Gepost op 16 oktober 2008 om 13:40.
EricEric
Thuiswerken als leraar?
Gepost op 16 oktober 2008 om 17:02.
TuningTuning
Ja, dat was een goede actie van Hope.... netjes!
Gepost op 16 oktober 2008 om 17:14.
EricEric
Hope zag iets... gedonder met Avnar, mot, ruzie... wat je wil. Snel erop af, hé ieder zijn eigen hobby. Even aanluisteren en ja hoor een uitgelzen kans om die knar eens op zijn plaat te laten gaan! Dan twijveld Hope geen seconde, SMACK :D
Gepost op 16 oktober 2008 om 20:21.
EricEric
enuh, hoe doet die Joihan dat toch, elke vakantie is ie vrij EN gaat nog een midweek of een week weg!
Gepost op 16 oktober 2008 om 20:22.
EricEric
-i
Gepost op 16 oktober 2008 om 20:22.
EricEric
Leuk karakter naam trouwens: Joihand ;).... lees Joyhand
Gepost op 16 oktober 2008 om 20:23.
JeffJeff
Ik ga niet reageren. Meneer Joyhand heeft vast zijn eigen website voor zijn eigen hobby - zoals je zegt.

En ja, thuiswerken... ik zou vrij zijn maar heb de helft van de middag toch evaluaties geschreven. Zucht.
Gepost op 16 oktober 2008 om 20:29.
TuningTuning
Haha, vast een onderhandelaar die er een handje van heeft ;-)
Gepost op 16 oktober 2008 om 20:34.
Wie zegt wat?
Alleen bij een actieve campagne kun je (indien ingelogd) reacties achterlaten.
© 2003 pepijn
 
Fout spreekwoord
Beter wat later, dan nat door regenwater
 
Agenda
Er is geen speeldatum voor deze campagne
Campagne Top 10
Shackled City Adventure Path
204x gespeeld
Way of the Wicked
111x gespeeld
Savage Tide Adventure Path
109x gespeeld
Campagne Land van Amn
57x gespeeld
Storybook Hendrik
55x gespeeld
Campagne Channath
53x gespeeld
The drow
43x gespeeld
Calimshan
40x gespeeld
Amn
23x gespeeld
DnD weekend Runelords 2012-2019
22x gespeeld
 
Populaire lokaties
Grou
76x gespeeld
St. Anna
16x gespeeld
Wytgaard
11x gespeeld
Leeuwarden
5x gespeeld
Grou & St. Anne
1x gespeeld
 
Overzicht gebruikers
Klik hier als je een overzicht van alle geregistreerde gebruikers wilt zien.